Tweede Wereldoorlog

Oorlogsgraven

Oorlogsmonument 1940-1945

 



 

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel Horstenaren en mensen die in Horst verbleven, door oorlogsgeweld om het leven gekomen, vooral door bommen, granaten en mijnen. De zwaarste bombardementen waren die van 12 oktober 1944 op Horst en America met 38 slachtoffers en 13 oktober op Horst met 6 doden. Een aantal doden moest in een massagraf worden bijgezet. Deze twintig graven zijn nog altijd herkenbaar op het kerkhof als een lange rij, met niet-identieke stenen, houten en ijzeren kruisen. Omdat het bombardement in 2014 70 jaar geleden plaats vond en omdat veel mensen, zeker de jongere, niet op de hoogte zijn van deze ramp werd besloten het verzamelgraf te accentueren d.m.v. een muurtje met hardstenen toplaag en te voorzien van informatieborden. Op zondag 23 november 2014 werd het monument onthuld. Veel families werden zwaar getroffen, maar de familie Geurts, twee gezinnen, toch wel het ergste. De graftombes 50 en 164 vermelden negen namen van de familie. Allen overleden op 12 oktober. Bijna tien procent van de bewaard gebleven graven betreft mensen die als gevolg van oorlogshandelingen zijn overleden1.
Ook zwaar getroffen werd het huis van Peeters, waar in de kelders ook buren een schuilplaats hadden gezocht. G.H. Peeters (1879-1955) was slager, koopman en hotelhouder. In Horst en wijde omgeving was hij algemeen bekend onder de naam Pieters Grad. Zijn huis in de Steenstraat (nu nummer 16, slagerij Lambert Joosten) kreeg een voltreffer. In dit pand was de Ortskommandantur gevestigd. Er waren op dat moment geen Duitsers aanwezig, wel enkele Nederlanders voor het aanvragen van een pas ("Ausweis"). Ze kwamen allen om het leven. Twee dochters van het echtpaar Peeters, de enige kinderen, behoorden tot de slachtoffers.
Ook in de dagen erna vielen nog slachtoffers, door bommen, granaten en mijnen. Op 23 november 1944 werd Horst tenslotte bevrijd2.

 


 

Oorlogsgraven


Landelijk ontstond kort na de oorlog de behoefte de herinnering aan de oorlogsslachtoffers en hun graven levend te houden. Op 13 september 1946 werd in Den Haag de Oorlogsgravenstichting opgericht. De voornaamste taak van deze stichting is het onderhoud van ongeveer 50.000 aanwijsbare Nederlandse oorlogsgraven, verspreid over de hele wereld. Daarnaast zijn de namen van ongeveer 125.000 slachtoffers bekend van wie de graven onvindbaar zijn. De bedoelde 50.000 graven zijn te vinden op erevelden, maar ook op gewone begraafplaatsen in dorpen en steden. Op de toegangspoorten van deze begraafplaatsen is een schild van de Oorlogsgravenstichting aangebracht. In elke plaats heeft de stichting een consul voor dagelijks toezicht benoemd, op voordracht van de burgemeester. In Horst heeft de in 1998 overleden Louis Smedts deze functie jarenlang bekleed. Elke twee jaar brengt iemand van de stichting met de consul een bezoek aan de graven.
De in de Tweede Wereldoorlog als gevolg van oorlogshandelingen overleden militairen en verzetsmensen zijn herbegraven - na verkregen toestemming van de nabestaanden - op het Ereveld van de Oorlogsgravenstichting te Loenen bij Apeldoorn. Van de begraafplaats in Horst werden overgebracht naar Loenen: P.J. Breijers, L.J.L. Cuppen, H.J. Versteegen en F.M.L. Vossen (grafnummers 26, 144 , 288 en 9). De grafnummers 26 en 144 zijn onherkenbaar gemaakt, maar nog wel aanwezig, nummers 288 en 9 zijn verwijderd.



 

Oorlogsmonument 1940-1945


Na de Tweede Wereldoorlog heeft de dienst bevolking van de gemeente Horst een lijst van alle oorlogsslachtoffers samengesteld met vermelding van naam, leeftijd, overlijdensdatum, plaats van overlijden en laatste woonadres. Zowel mensen die overleden waren in de eigen gemeente als (soms ver) daar buiten, mochten niet in de vergetelheid raken. In de lijst werden ook opgenomen de namen van Nederlanders die geen Horstenaar waren, maar die wel waren omgekomen op het grondgebied van de gemeente Horst. Deze lijst van oorlogsslachtoffers van de gemeente Horst telt 102 namen, later werden nog drie namen toegevoegd3.
Op het kerkhof staat een markante, vijftig jaar oude, witgeschilderde kapel waarop in smeedijzeren letters te lezen staat: ter gedachtenis 1940 - 1945. Dit gedenkteken werd opgericht ter herinnering aan alle Horstenaren die tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven verloren. Hun namen staan in twee hardstenen platen gebeiteld, ingemetseld in de zijwanden van de open kapel. Boven het altaar hangt een houten kruis met een keramisch corpus van de beeldhouwer Frans Timmermans, geboren 18 juni 1921 te Arcen, overleden te Maastricht 19 juli 2005.
Al snel na de oorlog werd het idee geboren te komen tot oprichting van een blijvende herinnering aan de Horstenaren die in de Tweede Wereldoorlog waren omgekomen. Op 13 oktober 1945, een jaar na het zwaarste bombardement dat de gemeente Horst trof en waarbij veertig mensen werden gedood, schreef iemand anoniem een artikel in de voorloper van De Echo van Horst onder de titel: Wij herdenken. Hierin lezen we: Vrijdag 12 oktober herdachten wij de dag van het bombardement, herdachten wij de vele doden in een gezamenlijke H.Mis, opgedragen voor de slachtoffers. (...) Wij weten hoe er plannen bestaan om een stijlvolle kapel te bouwen op het kerkhof van Horst, waarin dan jaarlijks op de dag van het bombardement een H.Mis wordt opgedragen voor het zieleheil van alle oorlogsslachtoffers. De plannen zijn er, maar een comité ontbreekt dat zich met de uitvoering wil belasten.
Het "Comité Oorlogsmonument te Horst" kwam er, een jaar later. In de bewaard gebleven stukken in het gemeentearchief vinden we slechts één naam, namelijk die van G. H. Peeters, penningmeester van het comité. In het Horster weekblad Maas- en Peelbode (voorloper van De Echo van Horst) van 23 november 1946 lezen we op de voorpagina dat er een Comité Oorlogsslachtsoffers was opgericht dat zich ten doel stelde een blijvend aandenken te stichten voor allen uit de gemeente Horst die in de oorlog waren omgekomen. Het comité telde zestien leden4. Volgens Jan Arts, het enige nog levende lid van het comité, was deken Debye de grote stimulator van het monument.
Er werd geld ingezameld bij diverse concerten en met een huis-aan-huiscollecte, maar de opbrengst was niet voldoende om alle kosten te dekken, zoals na de bouw zou blijken. Op 1 februari 1947 stond in het Horster weekblad een hoofdartikel over het monument en de geldinzamelingen. Er was op dat moment 800 gulden bijeengebracht. Dat was nog veel te weinig, omdat het monument werd begroot op 6000 gulden. Over de beoogde plaats van het monument bleek de schrijver van het hiervoor aangehaalde artikel uit 1945 goed geďnformeerd, maar hij zal zeker niet hebben kunnen bevroeden dat er nog twee jaar voorbij zouden gaan voordat de kapel er inderdaad zou staan. Architect ir Jules Kaijser uit Venlo ontwierp een open kapel en aannemer Giel Martens , directeur van de Firma Haegens & Martens, zorgde voor de uitvoering. Zijn zoon Hay herinnert zich dat de gebruikte stenen en eiken balken afkomstig waren van de molen van Op de Laak / Bakens, die in het begin van de oorlog door Martens was afgebroken. Op 24 november 1947 kon pastoor-deken L. Debye het oorlogsmonument inzegenen.
De opbrengsten van de geldinzamelingen bleken na ontvangst van alle rekeningen lager dan de totale kosten en men kwam dus geld tekort! Het comité besloot op 20 juni 1948 aan de gemeente te vragen om het tekort te subsidiëren. Als bijkomend gevolg daarvan weten wij nu wat de bouw van de kapel heeft gekost. Het comité moest nu rekening en verantwoording afleggen. In tegenstelling tot wat de schrijver van het onderschrift bij de foto gemaakt bij de inzegening noteerde, hadden de collectes geen f 6000,- opgebracht, maar slechts f 3782,94. De totale kosten bedroegen f 4817,26 waardoor een nadelig saldo van f 1034,32 resteerde. Het tekort werd door de gemeente gedekt.

 

 

Noten

1. Enkele graven van omgekomen Horstenaren zijn op het kerkhof niet meer aan te geven.

2. Zie: H. Hesen, Th. Janssen, Vergaete dudde dát noëjts miër, Horst 1985.

3. Hesen en Janssen, 46-47. Namen van in de gemeente Horst gesneuvelde Duitse en geallieerde militairen werden in de lijst niet opgenomen.

4. De leden van het comité waren:  Pastoor-deken L. Debye, burgemeester H. Van Grunsven, dokter L. Van de Meerendonk, G. Peeters (Horst), Jos. Aarts (Horst), Jos. Janssen (pastoor te America), J. Janssen (pastoor te Griendts­veen), L. Van Gassel (pastoor te Hegelsom), L. Teeuwen (pastoor te Melderslo), Sev. Tijssen (pastoor te Meterik), Bern. Kleuskens (America), P.J. van Woezik (Griendtsveen), Fr. Geurts (Hegelsom), M. Claassens (Melderslo), W. Janssen (hoofd der school te Meterik) en Jan Arts (Hegelsom, vertegenwoordiger van de Gemeenschap Oud Illlegale Werkers, G.O.I.W).